home    reizen    going local    fotografie op reis    travel movies    persoonlijk    over Jenny         
reizen   going local   fotografie   persoonlijk
europa   azië   afrika   amerika
Laatste Update:
19/11/2017

Lake Titicaca

 

5 augustus 2013

Van Potosi neem ik de bus naar La Paz. Ik heb geen zin in een nachtbus, en dus neem ik eerst een bus naar Ororu en dan een bus naar La Paz. In het begin rijdt de bus nog over steile weggetjes, over hoge bergen en langs diepe kloven, maar met de tijd wordt het landschap vlakker en neemt het aantal dorpjes langs de weg toe.

De weg van Ororu naar La Paz lijkt echter een grote bouwput, dus het laatste deel van de rit schiet niet echt op. Zeker niet als in La Paz een grote verkeersopstopping gaande lijkt te zijn en we de stad nauwelijks inkomen… Na een kleine 10 uur ben ik dan toch bij mijn hostel.

6 augustus 2013

Na een ochtendje rond te hebben gedwaald over de heksenmarkt neem ik een bus naar Copacabana aan de rand van Lake Titicaca. Het is Independent Day, en op verschillende plekken langs de route zijn processies met muziek en mensen in traditionele kledij.

Copacabana

Copacabana is een groot hippiekamp. Behalve dat het Independent Day is, is de eerste week van augustus blijkbaar ook het ideale moment voor een ‘Benedicion Movilidades’, oftewel het laten zegenen van je auto. Vele mensen, waaronder veel Peruanen, trekken naar Copacabana met hun vehicles. Dit alles gaat gepaard met mooie decoraties, maar vooral ook veel drank en muziek. De rijkere mensen slapen hun kater uit in een hotel, maar er staan ook ontelbare tentjes op het strand. Geuren van wierrook en geBBQde kip mengen zich, met als toetje bier en meer bier.

7 augustus 2013

Isle del Sol

Het feestje gaat door tot diep in de nacht. Een hotel bij het strand met uitzicht op Lake Titicaca heeft zo zijn nadelen….

In de vroege ochtend neem ik een  bootje naar Isle del Sol. Hoewel er vanuit Puno in Peru vele kant-en-klare tourtjes worden aangeboden naar Lake Titicaca, is er in Bolivia niks te vinden wat aan mijn wensen voldoet. En dus bezoek ik ‘s werelds hoogst gelegen bevaarbare zoetwatermeer (op ruim 3800 meter) op eigen gelegenheid.

Cha'llampa

Ik vaar naar de noordkant van het eiland, een tocht van ongeveer 2,5 uur. De boot vaart langs de kust van Isle del Sol van het zuiden naar het noorden, deze route zal ik lopend in omgekeerde volgorde op het eiland afleggen. Auto’s zijn er niet op Isle del Sol, er is alleen een aantal voetpaden.

Ik ga aan land in het dorpje Cha’llampa, een klein dorp met wat homestays, restaurants, maar ook tenten en gitaarspelende backpackers op het witte strand. Vanuit het dorp loopt een pad naar de noordkant van het eiland, waar een inca-ruine ligt. Ik klim omhoog. De weg omhoog biedt een prachtig uitzicht over het eiland en het meer, met aan de overkant de besneeuwde toppen van de  bergen op het vaste land van Bolivia.

Het eiland is droog, en middels trapsgewijze terrassen proberen de bewoners het (regen)water zo efficient mogelijk te benutten. De inca’s maakten al gebruik van deze vorm van irrigratie, en sommige terrassen zijn dan ook meer dan duizend jaar oud.

De interessantste inca-ruine is Chincana. In het midden van dit labyrint van kamers was vroeger een heilige bron. Ongeveer honderd meter voor de ruine ligt de Mesa Ceremonica, hier staat een Bolviaan mensen te zegenen. Later is heeft hij echter plaatsgemaakt voor een aantal etende mensen, niet zo verwonderlijk wanneer je bedenkt dat het ding nog het meest weg heeft van een picknicktafel.

De weg terug naar Cha’llampa gaat grotendeels omlaag. Gelukkig maar, want hoewel ik inmiddels al een paar weken boven de 3000 meter zit heb ik nog steeds moeite met klimmen.

Cha'lla

Vanuit Cha’llampa loop ik naar Cha’lla, wat ongeveer halverwege het eiland ligt.

Cha’lla is een klein dorp, wat uitgestrekt ligt tussen twee baaien. In het midden van het dorp, op de heuvelrug die de twee helften scheidt, ligt het dorpsplein en de kerk. Het dorp heeft weinig met de vele touristen die het eiland bezoeken, al zijn er wel een paar plekken waar je kan overnachten. Ik verblijf in Hostal Qhumphuri.

Qhumphuri is een fantastische plek om te verblijven. Het hostel ligt niet meteen aan het strand, maar iets hoger tegen de heuvel aan. Dit zorgt ervoor dat je een fantastisch uitzicht hebt over de baai en het strand. Terwijl ik in de serre van mijn kamer zit (jawel), zie ik de dorpelingen met hun honden, ezels, koeien en schapen over het strand richting huis trekken. Alsof ik naar een grote televisie kijk, elk moment gebeurt er weer wat.

Dat er geen restaurant (open) is in het dorp mag de pret niet drukken, want op verzoek kookt de gastvrouw. Een klopje op de deur is het teken dat het eten klaar is.

Prijs: Bs. 150 inclusief warme maaltijd en ontbijt

8 augustus 2013

Na een heerlijk rustige nacht vervolg ik mijn tocht naar het zuiden van het eiland. Ik begin meteen al met een behoorlijke klim naar het ‘centrum’ van het dorp. En terwijl ik omhoog loop, word ik regelmatig gepasseerd door een aantal ezels, schapen en een enkele koe.

Nadat ik het centrum van het dorp gepasseerd ben neemt de drukte qua vee af, het klimmen stopt echter niet. Het tweede deel van de ‘hoofdweg’ op het eiland loopt namelijk over de heuvelruggen, waardoor het uitzicht zich niet langer beperkt tot een kan van het eiland.

Yumani

Eenmaal in Yumani  ben ik verbaasd wat ik daar aantref: lijkt het noorden nog het meest op een hippiedorp en het midden op landbouwgebied, in het zuiden viert het tourisme hoogtij. Het ene na het andere restaurant is er te vinden, meestal met pizza en verschillende soorten ontbijt op de kaart. Daarnaast zijn er vele hostals, allemaal met mooi uitzicht. Natuurlijk mogen de winkeltjes met Boliviaans handwerk als truien, mutsen en handschoenen ook niet ontbreken.

Daarnaast moeten de touristen die in het zuiden met de boot aankomen een ticket kopen om het eiland uberhaupt op te mogen. Een aantal Bolivianen zien er op toe dat iedereen die per boot arriveert ook daadwerkelijk een kaartje koopt, de aan legsteiger van de boot wordt simpelweg door 3-4 man geblokkeerd.

Om het eiland te verlaten hoef je echter geen kaartje bij hen te kopen, een bootticket volstaat.
Op weg terug naar Copacabana slaat het weer om. We houden het droog, maar er steekt een koude wind op. Boven de verschillende eilanden in de omgeving regent het echter wel, het turquoise meer oogt nu zwart of donkergrijs.

Ook ‘s avonds gaat de wind niet echt liggen. En wanneer het uiteindelijk rustig wordt, wordt het meteen écht stil: de stroom valt uit…

9 augustus 2013

Geleerd hebbende van de afzetterij van het kopen van een busticket bij een bureautje in plaats van bij het busbedrijf zelf, besluit ik de bureautjes in Copacabana links te laten liggen en gewoon naar het busstation te gaan. Een kaartje naar Puno is zo geboekt, en daar zien we wel verder.

Wederom verlopen de grensformaliteiten zonder problemen. Formuliertje invullen, een paar stempels in je paspoort en klaar.

In Puno maak ik echter een vergissing: in plaats van de (langzamere) bus te nemen die binnen een kwartier vertrekt, besluit ik te plassen en te lunchen en een bus te nemen die een uur later vertrekt, maar die eerder aan zou moeten komen.

Helaas heeft de snelle bus echter vertraging, en uiteindelijk kom ik pas ‘s avonds laat in Cuzco aan.

De buschauffeur rijdt het laatste stuk als een gek, alsof bij verloren tijd in wilt halen? Al met al ben ik ruim 14 uur onderweg.

Content Copyright © 2003 - 2017 Jenny Smit.       Disclaimer      Website by Web Chemistry
Content Copyright © 2003 - 2017 Jenny Smit.
Disclaimer
Website by Web Chemistry