home    reizen    slow travel    fotografie op reis    reisinspiratie    over IkReis         
reizen   slow travel   fotografie   reisinformatie
europa   azië   afrika   amerika


IkReis is de persoonlijke site van Jenny – reiziger, fotograaf en juf.

Jenny bezocht meer dan 70 landen, toch telt ze liever ervaringen dan landjes. Haar grote liefdes zijn drop en Indonesië. Haar dochter AKA de kleine reiziger (2018) is verslaafd aan sambal.

IkReis is een blog voor liefhebbers van reizen en fotografie. Je vindt hier inspirerende reisverhalen en praktische (foto)tips. 

Lees meer.

Plannen 2021:

- Limburg (feb.)
- Noord-Holland (apr.)
- Groningen (apr.)
- Noord-Holland (mei)
- Polen (juli)
- Slowakije (aug.)
- Tsjechië (aug.)



Tanjung Pinang, Senggarang, slangen rivier

mail 12 februari 2001


Hoi Allemaal,


Het wordt weer eens tijd voor verhalen uit het zonnige Indonesië. Dit laatste moet je trouwens niet al te letterlijk nemen, daar het op dit moment weer eens een keer keihard aan het regenen is. Net buiten schoongemaakt (ook binnen trouwens), netjes alles drooggemaakt en nu is het weer kleddernat.
Zet de douche maar een keer helmaal open, zie je snel het gaat!

Afgelopen weekend was het wel droog, beetje bewolkt, maar ach, warm is het toch. Gelukkig maar, Henriette en ik hadden het plan opgevat om naar Bintan te gaan, een naburig eiland op nog geen uurtje varen. Vroeg opgestaan (6.45, doe ik niet dagelijks) en een taxi genomen naar de haven, waar de boot naar Tanjung Pinang zou vertrekken, de 'hoofdstad' van Bintan.
Boottochtje was best vermakelijk, al had wat mij betreft de airco wel wat minder hard gemogen. Mooi uitzicht op allemaal kleine eilandjes van de Riau archipel. Sommige eilandjes zijn echt klein! Staat dan een kelong (paaldorp) op, verder wat bomen en that's it. Veel bootjes met vissers.
En natuurlijk was er KARAOKE aan boord! En dat is dolle pret natuurlijk! Naja, eigenlijk meer voor de lokale bevolking dan voor ons. Was zeg maar een Andre Hazes-achtig mannetje (wel even extrapoleren naar Indonesische volkszanger) die allemaal Indonesisch-talige liedjes zong. Een voordeel: op de terugweg hadden we dezelfde videoband, dus konden we al aardig mee doen. Toch maar niet gedaan, ben ik nog niet genoeg voor ingeburgerd. (Ik moet wel eerlijk bekennen dat ik de eetgewoontes meer en meer over neem. Nasi putih met je handen eten gaat eigenlijk best goed! Best jammer alleen dat dat in Nederland niet hoort...)
Eigenlijk waren we van plan om in Bintan wat informatie te verzamelen over het eiland en de bezienswaardigheden ervan, maar goed, de vvv konden we niet vinden. (Ik ben van mening dat die er waarschijnlijk niet is, maar zeker weten doe je het hier nooit.) Gelukkig hadden we wel een paar reisgidsen met een paar dingen, dus zijn we daar maar naar op zoek gegaan.
Na een aantal mensen dingen gevraagd te hebben vonden we een mannetje dat ons wel wilde helpen. OK, wij maar achter hem aan gelopen. Je moet wel, wanneer je iemand de weg vraagt wijst hij namelijk gewoon in een willekeurige richting, wat er toe leidt dat je dingen nog niet kan vinden. (Hoe groot is de kans dat je de weg goed wijst wanneer je je arm strekt?) Indo's zullen nooit toegeven dat ze iets niet weten! Altijd aan meerdere mensen vragen dus voordat je een advies opvolgt!
Hij heeft ons naar de haven geleid waar een vriendje (hier is het de gewoonte om iedereen met wie je langer dan een minuut gepraat hebt meteen je vriend te noemen) van hem een bootje had wat ons wel naar Sengerang kon brengen. Hij mee natuurlijk. Sengaran is een kampong op een klein eiland voor de kust van Bintan (is het nog te volgen met al die eilanden???) waar allemaal Chinezen wonen. Compleet met spleetogen en van die hoeden! Een erg geisoleerd gebied. In deze kampong, die grotendeels op palen gebouwd is, stonden ook een aantal mooie tempels. Natuurlijk, allemaal heel erg fel gekleurd met beelden van Budah en Shiva. Om eerlijk te zijn vind ik die tempels er heel erg vrolijk en gezellig uit zien, zeker wanneer er een lachende Budah in zit/ in ligt! In de tuin rondom de tempels stond trouwens nog een groot aantal felgekleurde beelden, al met al een vrolijke bedoeling.
Vervolgens zijn er met onze bootman (en dat andere mannetje) naar de slangenrivier gegaan, waar een nog oudere tempel lag. De slangenrivier was er mooi moet ik zeggen, lag in een bosrijke omgeving. Mooi landschap: het water van de rivier, de struiken/ bomen die zo uit het water leken te komen (kwamen ze eigenlijk ook, zal buiten de regentijd wel heel anders uitzien!) en verder van de 'oever' af (die we dus niet zagen omdat die onder water zat) andere vegatatie waaronder natuurlijk palmbomen, maar ook een soort van riet. En het was zo rustig daar! Op het geluid van ons bootje na alleen het geritsel van de bladeren, heerlijk!
Helaas hadden we niet de mogelijkheid om met onze boot nog naar weer een ander eiland te gaan, omdat het ineens begon te waaien. Klein stukje geprobeerd, maar heel erg snel weer omgedraaid vanwege de golfslag. Toen onze bootman echter te horen kreeg dat wij voor de ingekorte tocht minder wilden betalen, wilden hij ineens perse wel gaan! Ja dahag! Mij krijg je niet in een klein houten bootje de zee op als het hard waait, tenminste niet met een bootje als hij had.
Dus zijn we maar het stadje Pinang gaan bezichtigen. Was mooi, heel anders dan Nagoya, de 'grote' stad op Batam. Veel meer kraampjes en markten, waar ze niet alleen dingen als vis, groenten, fruit en specerijen verkochten, maar ook kleren e.d. (Niets bijzonders gekocht, al had ik wel een hele mooie gebatikte sharong gezien. Komt misschien nog wel een keer.) Kleine straatjes en steegjes. Er hing een gezellige sfeer, niet de drukte van auto's en ojeks (motors), maar alleen bemo's (van die driewieler fietsen). En het rook er echt lekker!
Toen maar weer met de boot terug naar Batam, de laatste boot vertrok immers al vroeg.

Hopelijk hebben we (Henriette en ik dus) binnenkort tijd om een paar dagen naar Bintan te gaan: het is best lekker om even weg te zijn uit Batam waar iedereen je kent. Voor alles wat je hier doet moet je als het ware verantwoording aflegen aan de lokale bevolking (of aan je collega's), die het Nederlands team nauwlettend in de gaten houden. Het is best vervelend wanneer iedereen je kent en je de heel tijd aanspreekt en naroept! Bintan is anoniemer.
Bovendien is het ook wel eens fijn om eens weg te zijn uit huis. Hier wonen we, werken we, er is geen enkele vorm van privacy. (Alleen op de WC zit je alleen, maar om daar nu de hele dag te gaan zitten is ook niet alles...) Aan de ene kant is die drukte vaak gezellig, aan de andere kant ook wel een beetje beklemmend van tijd tot tijd.

Misschien mis ik de structuur van mijn stages in het UMC toch wel een beetje. (Had ik niet gedacht...) Meestal hoefde je immers niet te werken in het weekend en de avonden (behalve wanneer je cellen met een eigen wil aan het kweken was of aan een verslag/ presentatie moest werken), kun je tenminste ook dingen voor jezelf doen. Ik wil zwemmen op zondagmiddag zonder me schuldig te moeten voelen (nee, dat kan hier niet echt...)!!! Ik wil niet voor alle eenvoudige dingen als boodschappen doen of naar het postkantoor gaan rekenschap af te hoeven leggen. Maar helaas, weer een nadeel van werk en wonen in een huis.

En ondanks dat Henriette wel lief is en we het samenwonen tot dusver heel goed volhouden, merk ik tochwel dat ik het mis om leuke dingen met anderen te doen. Ben, bezoekjes aan ouders, eten bij vrienden, Biton, uitgaan: de dingen die je moet missen wanneer je stage in het buitenland loopt.... Maar toch is het leuk hoor! (Eerlijk waar!)

Mailen jullie me allemaal???


Jenny


 

Content Copyright © 2003 - 2021 Jenny Smit.      Privacy en Disclaimer      Samenwerkingen     Website by Web Chemistry
Content Copyright © 2003 - 2021 Jenny Smit.
Privacy en Disclaimer
Samenwerkingen
Website by Web Chemistry