home    reizen    going local    fotografie op reis    travel movies    persoonlijk    over Jenny         
reizen   going local   fotografie   persoonlijk
europa   azië   afrika   amerika
Laatste Update:
19/07/2018

Alor 2009

Ik heb inmiddels aardig wat Indonesische eilanden bezocht, en op veel van die plekken heb ik ook gedoken. Maar Alor is zeker een van de bijzonderste plekken voor mij!

Alor is niet al te makkelijk te bereiken. Er gaan geen direkte vluchten vanaf het touristische Java en Bali. Je moet eerst naar Kupang op Timur vliegen, en als je geluk hebt vlieg je dezelfde dag verder. Ik heb dat geluk niet, en dus spendeer ik een nacht in Kupang. Op de nachtmarkt in Kupang ben ik een bezienswaardigheid... Wanneer ik daar loop hoor ik mensen mompelen dat ik erg 'tinggi' oftewel lang bent. Het volume van het gemompel neemt toe, en al snel wordt er van de ene kant van de markt naar de andere kant van de markt geschreeuwd dat er een zeer lang en wit iemand aankomt! En bedankt ?!?!

Op de markt is het echter goed vertoeven, en er zijn allerlei stalletjes met lekker eten en verse sapjes. Lichte paniek wanneer ik ergens ga zitten en een bestelling wenst te plaatsen. Spreekt er iemand reuzentaal? Wanneer ik mijn bestelling echter in het Indonesisch plaats is er opluchting, en veel mensen komen even naar me toe om een praatje te maken.

Alor archipel

Alor is het hoofdeiland van de gelijknamige archipel. Een prachtig en idyllisch eilandenrijk in het verre oosten van Indonesie. Een deel van het land waar tourisme nog niet bepaald uitgevonden is!

Alor is klein. Maar Alor is niet mijn eindbestemming, nee, ik reis door naar het eilandje Pulau Kepa. En klein is het inderdaad! Pulau Kepa is een rotsachtig eiland, zonder enigewaterbron. Water wordt per boot aangevoerd vanaf het hoofdeiland. Er is ook geen elektriciteit, al wordt het 'resort' waar ik verblijf van stroom voorzien via een generator, en natuurlijk via zonnenenergie. Genoeg stroom om 's avonds wat lampjes op te laten branden! Te weinig echter om batterijen van bv je telefoon op te laden, maar dat kan gewoon op het hoofdeiland. En ik moet toegeven, mijn resort is een paradijsje op aarde! De naam: La P'tit Kepa.

Je kan je voorstellen dat op een eiland waar geen stroom en water is, dat er ook geen winkels zijn. Dat klopt ;) Geen nood: La P'tit Kepa is volpension, en je krijgt 3 maals daags een heerlijke maaltijd voorgeschoteld. Deze bestaat meestal uit rijs, vis (en soms vlees), verschillende soorten groenten, vaak ook noodles, krupuk en natuurlijk vers fruit. Mjummie!

Behalve het resort ligt er op het eiland ook nog een kleine kampung. Heerlijk om in de namiddag even doorheen te lopen en wat met de kinderen te spelen. Ook het strand is een het uitzicht over de eilanden om Pulau Kepa heen is overweldigend. En de rust....

Kalabahi

Kalabahi is het belangrijkste stadje van Alor. Het is echter superklein!!!! Er zijn er paar winkeltjes, een lokale markt, en er is zelfs een museum. Helaas is het museum dicht op de dagen dat ik er naar toe probeer te gaan, dit in verband met pasen en de verkiezingen.

In tegenstelling tot veel andere eilanden in Indonesie, is op Alor een groot deel van de mensen christen. En op verschillende plaatsen in de stad zijn ter eren van het paasfeest kruizen geplaats, welke versierd zijn met allerhande papier. Blijkbaar is er zelfs een kleine processie, maar deze heb ik gemist.

Takpala

Takpala is een tradtioneel dorp op Alor, en ik wil er graag heen. Vanuit Pulau Kepa neem ik een bemo naar Kalabahi, maar deze krijgt onderweg een lekke band. Geen reden tot paniek, alle passagies moeten eten uitstappen en dan wordt ter plekke de band even verwisseld. De nieuwe band wordt met de motor gehaald - geen idee waar deze vandaag komt. Maar het belangrijkste: we rijden! Eenmaal aangekomen in Kalabahi zoek ik een ojek (motortaxi) naar Takpala, en deze is niet bepaald makkelijke te vinden. Het is ver, men is moe, en niemand heeft echt zin in te rijden. Uiteindelijk wil een jonge knaap me wel brengen.

Onderweg is het een paar keer vragen, maar gelukkig vinden we de weg naar het dorp! Het dorp ligt echter op een steile heuvel, en eigenlijk is het onverantwoord om hier met een motor tegenaan te krossen. En dus loop ik het laatste stukje.

Aangekomen bij het dorp. Altijd een beetje raar, je bent toch een beetje een indringer in het huis van mensen (zelf al loop je alleen tussen de huizen door). Ik ga op zoek naar de kepala desa, het dorpshoofd, om sigaretten aan te bieden (als gastgeschenk). De kepala desa is echter even onvindbaar, maar onder een van de huizen zitten een paar oude dametjes betelnoten te kauwen. Ik word uitgenodigd erbij te zitten. En dan is er thee, en veel te harde mais. De dametjes bieden me betelnoot aan, ik hen een sigaret. Die nemen ze in dank aan, en men vergeet -gelukkig- dat ik hun aanbod genegeerd heb. Betelnoten zijn licht opiaten, je kauwt erop en je wordt er lichtelijk high van. Bovendien geeft het een verlammend gevoel in je mond, en rode tanden. Eens geprobeerd, misschien heb ik het 10 seconde volgehouden, maar wat mij betreft nooit meer!

Na de nodige plichtplegingen krijg ik een rondleiding door het dorp. Huizen van bamboe, grotendeels open, veel houtsnijwerk, wat varkens, er heerst een aparte sfeer. Vrouwen laten me ikat zien, en aan het eind van de rit zijn er vrouwen die op een kleedje wat souverniers aanbieden, welke eigenlijk niet meer zijn dan gebruiksvoorwerpen (incl kettingen) welke ze uit hun huizen hebben gevist. Helaas zijn de meeste dingen niet echt mooi afgewerkt, en de sieraden zijn absoluut niet mijn smaak. Met niet veel meer dan een bamboe kam verlaat ik het dorp. De vrouwen zwaaien me uit.

Duiken bij Alor

Alor is prachtig om te duiken, volgens velen hoort deze bestemming thuis in de top 10 van de wereld. Nu varieert die top 10 altijd behoorlijk, en ik wil over deze nominering dan ook geen uitspraak doen ;)

Het duiken is echter prachtig. Elke ochtend om 7 uur stappen de gasten van La P'tit Kepa die willen duiken op de boot bij Cedric, welke dan naar de eerste duikstek vaart. We varen zelden meer dan een uur, de meeste duikstekken zijn vlakbij. We varen tussen kleine verlaten eilanden door, en of en toe ligt er een kampong. Mensen zwaaien. Soms komt een bootje met een lokale visser ons tegemoed, of met een paar jonge kinderen. Na een goede briefing mogen we met zijn allen het water in. Met zijn allen betekent overigens niet meer en niet minder dan een buddypaar (mijn vakantiebuddy en ik) en instructeur Cedric. Cedric leidt ons langs de mooie plekken, en na onze veiligheidsstops op 5 meter beeindigt Cedric meestal zijn duik. Dat betekent echter niet het eind van de duik voor de gasten: je kan zo lang onder blijven als je wilt, mits je luchtvoorraad het toelaat. (Er is geen Nitrox verkrijgbaar.)

We doen verschillende duiksites aan. Soms staat er behoorlijke stroming, maar meestal valt het heel erg mee. De hoeveelheid groot spul wat ze zien is niet echt indrukwekkend (al zouden er wel manta's moeten zitten en is er zelfs een paar jaar geleden een orca gespot!), we zien een paar nursing sharks, en tonijn van een heel indrukwekkend formaat. Qua klein spul kan je lol echter op: zo zien we verschillende pygmee zeepaardjes, een spookfluitvis, electric clamps  (soort oetser die licht geeft door stroom!), mandarijnvissen, en heel veel slakken. Bovendien zijn er verschillende jonge dieren te bewonderen, zoals onder andere juvinile batfish en jonge emperor anglefish, die laatste gekenmerkt door een bont scala van felle ringen op het lijf van het beestje. En sepia's, zeenaalden, en een aantal kanjers van hengelaarsvissen.

En wat opvalt: waar je ook kijkt, bijna overal is de zanderige bodem bedekt met de meest uiteenlopend koralen. Er zijn verschillende soorten harde koralen te vinden, maar met name het zachte koraal is indrukwekkend. Waar je ook kijkt, overal deint het koraal wel mee in de stroming als takken en bladeren van een boom. Ik kom dan ook zelden met een niet-bijna-lege fles boven.

We opvalt is het evenwicht tussen mens en natuur in dit deel van Indonesie. Veel mensen leven van de visvangst, maar in de zeeen hier is beslist geen sprake van dynamietvissen of overbevissing. Men vist meestal met een enkele hengel, en op sommige plekken liggen bamboe fuiken. Meestal naast het koraal. zodat dat zo min mogelijk onder het vissen leidt. De visssers zijn goede freedivers, en met hun zelfgemaakte duikbrilletjes zwemmen ze de diepte in. Men is overigens niet te beroerd om toevallig voorbijkomende duikers te bgroeten, en soms een beetje aan het schrikken te maken. Klop klop op je schouder. Je kijkt om. En op een diepte van een meter of 7 lacht een vrolijke visser je toe. Of je een foto van hem wilt maken? Ja hoor!

De week duiken vliegt om. Op de laatste dag kom ik als toetje zelfs een paar dolfijnen tegen die meezwemmen met de boot. Heerlijk!

Overnacht in La p'tit kepa, huisjes met gedeeld sanitair en 3 (goede!) maaltijden per dag voor 150,00 rp. Gedoken met Alor diving.

 

Content Copyright © 2003 - 2018 Jenny Smit.      Privacy en Disclaimer      Samenwerkingen     Website by Web Chemistry
Content Copyright © 2003 - 2018 Jenny Smit.
Privacy en Disclaimer
Samenwerkingen
Website by Web Chemistry