home    bestemmingen    going local    fotografie    travel movies    persoonlijk    over Jenny    contact         
bestemmingen   going local   fotografie   persoonlijk
europa   azië   afrika   amerika
Laatste Update:
26/02/2017

Potosi

 

2 augustus 2013

Soms zit het mee… De bus van Uyuni naar Potosi zou 6 uur moeten doen over het ritje van ongeveer 200 kilometer. Maar blijkbaar is de weg vernieuwd, en zijn we er in de helft van de tijd. Lekker! De rit voert voor de bergen en is erg mooi. Diepe kloven, soms een riviertje, veel lama’s en heel af en toe een dorpje. Wat een leegte.

‘s Avonds loop ik door het stadje voor een eerste indruk, en het valt me geenzins tegen. Weinig toeristen, goedkoop, en veel mooie koloniale gebouwen.

3 augustus 2013

Zilvermijnen

Potosi was ooit een van de rijkste steden van de wereld. In de bergen rondom Peru was veel zilver te vinden, wat zelfs al door de Inca’s werd gebruikt voor de versiering van tempels en dergelijke. Inmiddels begint de zilvervoorraad uitgeput te raken, en zijn de voormalige staatsmijnen gedregradeerd tot coorperatieve mijnen. Het werk van de huidige mijnwerkers is zwaar, en vele belanden in de ziektewet of sterven voortijdig (toch betaalt het werk beter dan sommige andere banen). Ik boek een tourtje naar de mijnen om te zien hoe het zilver gedelfd wordt.

 

De tour begint met een bezoek aan een lokale mijnwerkersmarkt. Hier is alles te koop wat de mijnwerkers nodig hebben, zoals overals, helmen en dynamiet. Daarnaast is e rook alcolhol te koop om te offeren en natuurlijk coca-bladeren, de drug die het leven in de mijnen draaglijk moet maken. Coca-bladeren vormen de grondstof voor cocaine, en blijkbaar moet je zo’n 200-300 bladeren opeten om effect te voelen. Mij niet gezien!

Vervolgens breng ik een bezoek aan een Ingenios. Hier wordt het zilver uit geextraheerd met behulp van arcenicium en kwik. Dit gebeurt op vrij primitieve wijze in open bakken. De gassen die vrijkomen bij het zuiveringsproces zijn natuurlijk alles behalve gezond.

Dan is het tijd voor het bezoek aan de mijn. Gekleed in overal met veiligheidslaarzen en gewapend met een lamp op mijn helm vertrek ik met gidsen en een aantal anderen de mijn in. Het is stoffig en mijn mondkap houd slechts een deel van het stof tegen. Daarnaast beslaat mijn bril continu….

Ik weet niet hoe lang ik het uithoud in de mijn, maar op een gegeven moment heb ik er genoeg van. Het plafond van de mijn is laag, en ik moet de hele tijd bukken om mijn hoofd niet te stoten. Doordat ik te ver voorover moet hangen zie ik niet waar ik heen loop, en stoot ik een aantal keer mijn rug. Mijn nek doet pijn, maar wanneer ik mijn houding probeer te veranderen lijkt mijn hoofd dienst te doen al seen stormram en stoot ik mijn hoofd een aantal keer behoorlijk hard. Ik ben blij met mijn helm.

Wanneer ik voor de zoveelste keer mijn hoofd stoot en de helm (die behoorlijk stevig vast zat) op de grond valt heb ik er genoeg van: ik draai om met een van de gidsen.

Wat ben ik blij wanneer ik uit de mijn ben!

Koloniale gebouwen

Ik lunch in een Boliviaans restaurant. Omdat ik toch te slecht Spaans begrijp om à la carte te bestellen, ga ik voor een set menu. Al snel krijg ik een lekkere salade voorgeschoteld, welke bestaat uit verschillende groentes (inclusief aardappel) en kaas. Ik heb mijn bord nog niet goed en wel leeg, of ik krijg een immense bord soep voorgeschoteld. Omdat de soep veel aardappel en rijst bevat, is deze erg machtig. Maar ik heb mijn laatste hap soep nog niet op, of er komt een bord met een grote lap vlees, meer sla en weer rijst en aardappel. Als ik denk dat ik geen pap meer kan zeggen, komt ere en schaaltje rijstenpap met kaneel. Pfffffff. Schade: nog geen twee euro inclusief cola ;)

‘s Middags geniet ik van het zonnetje en slenter ik door de straten van Potosi. De Mercato (markt) is bijna geheel gesloten op zaterdagmiddag, maar buiten de markthal zijn vele kleine straatjes en stalletjes waar met name kleding en schoenen verkocht worden. Daarnaast zit op bijna elke straathoek van Potosi wel een vrouwtje (meestal met een klein kind in een draagdoek) waar men sapjes, fruit, of zelfgemaakte snacks verkoopt.

4 augustus 2013

Casa Nasional de Moneda

Eigenlijk ben ik niet zo van de rondleidingen in musea. Ik wil liever op eigen gelegenheid ronddwalen en wanneer het toegestaan is lekker foto’s maken. Helaas mag dit niet bij het Casa Nacional de Moneda. En dus sta ik op zondagmorgen om 9 uur fris en fruiting bij de kassa van het museum.

Ik moet bekennen dat de rondleiding erg goed is. De gids vertelt vol enthousiasme over alle items, en daarnaast is er (meestal) voldoende tijd om ook op eigen gelegenheid rond te kijken.

Het museum is gehuisvest in het gebouw waar vroeger de munt (de potosi) geslagen werd. Delen van de ‘machines’ die hiervoor gebruikt warden (aangedreven door houten tandwielen en muildieren) zijn nog zichtbaar. Ook worden er mallen tentoongesteld die later gebruikt warden om munten te slaan, als ook nieuwere apparatuur. Tegenwoordig komt het Boliviaanse geld echter uit Canada en Frankrijk, omdat het blijkbaar goedkoper is dit in het buitenland te laten maken dan het zelf te doen.

Behalve vanalles met geld worden in het museum verschillende schilderijen, mummies, Inca-artefacten en stoommachines tentoongesteld.

Concent van Santa Teresa

Ook het museum en convent  van Santa Teresa is alleen met een gids te bezoeken. Het is nog even spannend, want ik weet niet precies hoe laat de rondleiding start. Eigenlijk weet ik uberhaupt niet zeker óf er uberhaupt een rondleiding is op zondagmiddag.

Ik ben veel te vroeg bij het museum. Al zittend op een stoepje wacht ik tot het museum weer open gaat na de lunch (of siesta?). Met mij wachten er meer en meer mensen.
Het wachten wordt echter beloond, wat een prachtig museum!

Vroeger woonden er in het convent 21 nonnen. Zij deden op 15 jarige leeftijd intrede in het convent, wat betekende dat ze vanaf hun vijftiende eigenlijk geen contact meer hadden met de buitenwereld. Ze konden welliswaar spreken met bezoek, maar ze mochten hen niet zien of aaanraken. Zelfs tijdens de mis mochten ze alleen naar de priester luisteren, de hostie werd door een luikje doorgegeven.

Voordat de jonge meiden intreden in het convent mochten doen, moesten hun ouders geld, schilderijnen of beelden donneren. Deze zijn ook tentoongesteld in het convent, net als gebruiksvoorwerpen van de zuster. Zo is een aantal cellen ingericht zoals vroeger, maar zijn er ook handwerkjes te zien.

Tegenwoordig zijn de regels voor de nonnen iets versoepeld en mogen ze wel mensen van buiten het klooster zien. Dit is echter nog steeds via een soort van tralies, naar buiten gaan mag men nog steeds niet.

 

Deel deze pagina:

Content Copyright © 2003 - 2017 Jenny Smit.    Website by Web Chemistry
Content Copyright © 2003 - 2017 Jenny Smit.
Website by Web Chemistry